Deze analyses betreffen de Europese dimensie van zaken die door de Luxemburgse rechtbanken zijn beslecht. Luxemburg is sinds de inwerkingtreding van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, op 3 september 1953, door het Verdrag gebonden en heeft Protocol nr. 1 geratificeerd, dat het recht op het ongestoord genot van eigendom beschermt.
Als lidstaat van de Europese Unie valt Luxemburg ook onder het Unierecht en het Hof van Justitie. Deze analyses betreffen het andere Europese systeem: dat van het Verdrag, waarvan de naleving wordt getoetst door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
Just Rights Europe vervangt de Luxemburgse advocaten niet bij het voeren van de nationale procedure; het kantoor treedt enkel op voor de Verdragsdimensie van zaken die de hoogste nationale aanleg hebben bereikt.
In 2025 sloot het Europees Hof 8.300 dossiers af voordat ze aan een rechterlijke formatie werden toegewezen en verklaarde het 74,1% van de rechterlijk afgedane verzoekschriften niet-ontvankelijk. De procedure in Straatsburg valt niet los te zien van de juridische strategie.
Een Luxemburgse eindbeslissing sluit de zaak niet altijd af. Of de procedure een verdedigbare schending van het Verdrag inhield, is een andere vraag dan een fout van de nationale rechter, en de termijn van vier maanden laat daarvoor weinig tijd.
Een verbeurdverklaring die naar nationaal strafrecht geldig is, kan toch een toetsing aan artikel 8 vereisen. In Luxemburg onderzochten de appelrechters de wettelijke grondslag, het legitieme doel en de noodzakelijkheid, en de Cour de cassation keurde die analyse goed.
Een hoger beroep tegen de tenuitvoerlegging in Luxemburg van Azerbeidzjaanse verbeurdverklaringen werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het bij gewone brief was verstuurd. De Cour de cassation zag geen overdreven formalisme, maar een vormvereiste kan de toegang tot de appelrechter bepalen.
Wie de bewijswaardering door de nationale rechters betwist, heeft daarmee nog geen grief onder artikel 6. Twee Luxemburgse cassatiearresten van 8 mei 2025 tonen waarom de verdragsvraag nauwkeurig moet worden geïdentificeerd en geformuleerd.
Deze analyses vormen algemene informatie over het Verdragsrecht; zij vormen geen juridisch advies en doen geen advocaat-cliëntrelatie ontstaan.
Na de definitieve beslissing van het hoogste nationale rechtscollege kan een dossier rechtstreeks aan ons worden voorgelegd, door de cliënt of door diens advocaat.