Waarom Monegaskische zaken in Straatsburg kunnen stranden nog voor de grond van de zaak wordt onderzocht

Een definitieve Monegaskische beslissing opent niet vanzelf de deur naar Straatsburg: het verkeerde nationale rechtsmiddel, een verdragsgrief die nooit werd opgeworpen of een overschreden termijn van vier maanden kan een zaak al in het stadium van de ontvankelijkheid beëindigen.

Het is een van de meest frustrerende uitkomsten in Europese mensenrechtenprocedures: een zaak met een werkelijk sterke grief wordt nooit ten gronde behandeld, door een procedurele misstap in een eerder stadium. Zoals uiteengezet in ons overzicht van de kloof tussen Monaco en Straatsburg, opent een definitieve beslissing van de Cour de révision of het Tribunal Suprême niet automatisch de deur naar Straatsburg.

Vooraleer het Europees Hof voor de Rechten van de Mens nagaat of een verdragsrecht werkelijk werd geschonden, onderzoekt het eerst of het verzoekschrift ontvankelijk is — en voor sommige zaken eindigt de procedure daar. Een werkelijk ernstige mensenrechtelijke grief kan het onderzoek ten gronde volledig mislopen door wat er in de nationale procedure is gebeurd, of juist niet is gebeurd. Drie risico's springen in het oog.

Het eerste risico: het verkeerde nationale rechtsmiddel aanwenden

Artikel 35 van het Verdrag vereist dat verzoekers de doeltreffende nationale rechtsmiddelen uitputten vooraleer zij zich tot Straatsburg wenden. Dat betekent niet louter dat een zaak zo ver mogelijk voor de rechtscolleges moet worden doorgezet — het aangewende rechtsmiddel moet geschikt zijn om de specifieke grief te verhelpen die later aan het Europees Hof wordt voorgelegd.

Perez t. Monaco (besl.), nr. 60104/21, 5 oktober 2023, illustreert dat. Verzoekster klaagde in Straatsburg over de buitensporige duur van de nationale procedure, maar het Hof heeft nooit beoordeeld of die procedure werkelijk te lang had geduurd: de grief werd niet-ontvankelijk verklaard omdat verzoekster niet eerst het specifieke nationale rechtsmiddel voor die grief had aangewend, namelijk de aansprakelijkheidsvordering tegen de Staat wegens gebrekkige werking van de justitie op grond van artikel 4 bis van het Monegaskische Burgerlijk Wetboek. De onderliggende grief werd nooit ten gronde onderzocht.

Het tweede risico: de verdragskwestie werd nooit behoorlijk opgeworpen

De nationale rechtscolleges moeten in de regel de gelegenheid hebben gehad om de kern van de mensenrechtelijke grief te behandelen. Het is niet altijd noodzakelijk het precieze verdragsartikel bij nummer te vermelden, maar de onderliggende grief moet voldoende zijn aangevoerd voor de bevoegde nationale autoriteiten — en dat onderscheid kan doorslaggevend zijn.

Een partij kan een huiszoeking, een inbeslagname of een procedurele beslissing aanvechten op louter technische gronden van Monegaskisch recht, zonder de onderliggende vragen over het privéleven, de eerlijkheid van de procedure of de rechten van de verdediging op te werpen. Wanneer die verdragskwesties pas na de definitieve nationale beslissing aan de oppervlakte komen, kan Straatsburg oordelen dat de nationale rechtscolleges nooit de kans hebben gekregen om ze te behandelen.

Bersheda en Rybolovlev t. Monaco, verzoekschriften nr. 36559/19 en nr. 36570/19, 6 juni 2024 — uitvoeriger besproken in ons artikel over huiszoekingen, digitale inbeslagnames en beroepsgeheim — toont de omgekeerde uitkomst. Wat mr. Bersheda betreft, voerde Monaco aan dat de nationale rechtsmiddelen niet waren uitgeput, omdat de strafprocedure nog hangende was en voor het vonnisgerecht nog een nietigheid kon worden opgeworpen. Het Hof verwierp die exceptie omdat de relevante kwesties reeds aan de nationale rechtscolleges waren voorgelegd: zij had voor de chambre du conseil van de Cour d'appel om nietigverklaring verzocht en de zaak vervolgens voor de Cour de révision gebracht, en de nationale rechtscolleges hadden in laatste aanleg uitspraak gedaan met uitdrukkelijke verwijzing naar het Verdrag. Zij hadden dus de gelegenheid gekregen om als eersten over de kern van de grief te oordelen. Het onderscheid is fundamenteel: Straatsburg toetst een grief die reeds op nationaal niveau werd voorgelegd — het behandelt geen volledig nieuwe grief.

Het derde risico: de termijn van vier maanden

Zelfs een grief waarvoor de nationale rechtsmiddelen naar behoren zijn uitgeput, kan door tijdsverloop verloren gaan. Een verzoekschrift moet in beginsel worden ingediend binnen vier maanden na de relevante definitieve nationale beslissing. Die beslissing aanwijzen is niet altijd zo eenvoudig als verwijzen naar de meest recente uitspraak in het dossier — welke definitieve beslissing relevant is, hangt af van de specifieke verdragsgrief en van het rechtsmiddel dat eerst moest worden uitgeput. De termijn vergt dus een eigen juridische beoordeling.

Een definitieve beslissing is slechts het begin van de Straatsburgse analyse

Zodra de Cour de révision of, in voorkomend geval, het Tribunal Suprême een definitieve beslissing heeft gewezen, worden drie vragen essentieel:

  • Werd het relevante nationale rechtsmiddel uitgeput?
  • Werd de kern van de verdragsgrief voldoende opgeworpen voor de nationale rechtscolleges?
  • Loopt de termijn van vier maanden nog?

Pas wanneer die vragen beantwoord zijn, rijst de volgende: of de feiten een verdedigbare grief van schending van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens opleveren.

Een analyse die vroeg moet beginnen

Deze drie risico's hebben een gemeenschappelijke noemer: tegen de tijd dat een zaak Straatsburg bereikt, is het vaak te laat om ze te verhelpen. Daarom begint de betrokkenheid van Just Rights Europe doorgaans onmiddellijk na de definitieve nationale beslissing — met een beoordeling van de uitputting van de nationale rechtsmiddelen, van wat in de nationale procedure werkelijk werd aangevoerd en van het verloop van de termijn van vier maanden, alvorens te beslissen of en hoe een zaak bij het Hof aanhangig moet worden gemaakt.

Meer Monaco-analyses

← Alle Monaco-analyses

Deze analyses vormen algemene informatie over het Verdragsrecht; zij vormen geen juridisch advies en doen geen advocaat-cliëntrelatie ontstaan.

Een vraag over de Verdragsdimensie van een Monegaskisch dossier?

Na de definitieve beslissing van het hoogste nationale rechtscollege kan een dossier rechtstreeks aan ons worden voorgelegd, door de cliënt of door diens advocaat.

Contacteer Ons