Verbeurdverklaring, bevroren tegoeden en inbeslagnames in Monaco: welke bescherming zonder Protocol nr. 1?

Monaco heeft Protocol nr. 1 nooit geratificeerd, zodat een verbeurdverklaring in Straatsburg niet als eigendomsklacht kan worden bepleit. Wat het Verdrag zelf nog biedt.

Verbeurdverklaring, inbeslagnames en de bevriezing van bankrekeningen kunnen ernstige gevolgen hebben. Tegoeden kunnen lange tijd onbeschikbaar blijven, ondernemingen kunnen worden geraakt en aanzienlijke vermogensbestanddelen kunnen na een strafprocedure uiteindelijk verbeurd worden verklaard.

In de meeste staten van de Raad van Europa kunnen dergelijke maatregelen worden getoetst aan artikel 1 van Protocol nr. 1 bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, dat het ongestoord genot van eigendom beschermt.

Monaco vormt daarop een uitzondering.

Monaco heeft Protocol nr. 1 niet geratificeerd

Hoewel Monaco Protocol nr. 1 heeft ondertekend, heeft het dat nooit geratificeerd.

Artikel 1 van Protocol nr. 1 kan dus niet tegen het Vorstendom worden ingeroepen.

Het Europees Hof heeft dat uitdrukkelijk bevestigd in Michaux t. Monaco, verzoekschriften nr. 36965/22 en nr. 20769/23, 18 januari 2024. De grief ontleend aan artikel 1 van Protocol nr. 1 was niet-ontvankelijk omdat Monaco dat Protocol niet had geratificeerd.

Dat is bijzonder belangrijk in zaken over verbeurdverklaring, inbeslagnames, bevroren bankrekeningen of andere maatregelen die aanzienlijke tegoeden raken.

Maar het betekent niet dat dergelijke maatregelen noodzakelijk buiten het Europees Verdrag vallen.

Het ontbreken van een inroepbaar eigendomsrecht maakt geen einde aan de verdragsanalyse

Een louter eigendomsrechtelijke klacht kan niet zomaar naar het terrein van een andere verdragsbepaling worden overgebracht om de niet-ratificatie van Protocol nr. 1 door Monaco te omzeilen.

Dezelfde maatregel kan echter zelfstandig andere mensenrechtelijke vragen doen rijzen.

Artikel 6 § 1 kan relevant worden wanneer de betrokkene de maatregel niet daadwerkelijk heeft kunnen aanvechten, wanneer belangrijke verweerargumenten niet zijn onderzocht, wanneer de wapengelijkheid is aangetast of wanneer de nationale beslissing onvoldoende was gemotiveerd.

Artikel 6 § 2, over het vermoeden van onschuld, kan relevant zijn wanneer de verbeurdverklaring berust op beweerd strafbaar gedrag waarvoor de betrokkene niet is veroordeeld.

Artikel 7 kan van toepassing zijn wanneer de verbeurdverklaring een straf vormt en er vragen rijzen over legaliteit, voorzienbaarheid of bestraffing met terugwerkende kracht.

Artikel 8 kan in het geding zijn wanneer de maatregel samenhangt met huiszoekingen in woningen of beroepslokalen, met correspondentie, computers, mobiele telefoons of andere private informatie.

Afhankelijk van de omstandigheden kunnen ook vragen rijzen onder artikel 13, artikel 14 of de waarborgen van Protocol nr. 7, dat Monaco heeft geratificeerd.

De relevante vraag is dus niet louter of vermogen is geraakt, maar of de wijze waarop de maatregel is opgelegd, aangevochten of getoetst een zelfstandige schending van het Verdrag oplevert.

Deze punten mogen in de nationale procedure niet over het hoofd worden gezien

Dit onderscheid kan bijzonder belangrijk zijn wanneer een zaak de Cour de révision bereikt.

Wanneer een verbeurdverklaring, een inbeslagname of een bevriezing van tegoeden werkelijk vragen doet rijzen over de waarborgen van een eerlijk proces, de rechten van de verdediging, het vermoeden van onschuld, de legaliteit van de bestraffing, het privéleven of de doeltreffendheid van de rechterlijke toetsing, zou de kern van die grieven in de regel aan de Monegaskische rechters moeten worden voorgelegd zolang zij daarop nog kunnen ingaan.

Dat betekent niet dat verdragsbepalingen kunstmatig of ongericht moeten worden ingeroepen.

Het gaat erom de werkelijke mensenrechtelijke vraag achter de maatregel te identificeren.

Een potentieel belangrijke Straatsburgse grief kan verloren gaan wanneer de nationale procedure uitsluitend vragen van Monegaskisch recht behandelt terwijl de onderliggende verdragsgrief nooit voldoende is aangevoerd.

Het ontbreken van Protocol nr. 1 maakt het opsporen van andere mogelijke schendingen van het Verdrag dus bijzonder belangrijk.

Verbeurdverklaring voor de Cour de révision

Een arrest van de Cour de révision van 24 juli 2025 illustreert het soort vragen dat kan rijzen.

De procedure betrof veroordelingen wegens oplichting, valsheid in geschrifte en witwassen, gevolgd door de verbeurdverklaring van banktegoeden en onroerend goed.

Voor de Cour de révision betwistten de verzoekers onder meer de rechtsgrondslag en de motivering van de verbeurdverklaring. Hun middelen betroffen de vaststelling van de opbrengst van de misdrijven, de identificatie van bepaalde verbeurdverklaarde banktegoeden en de herkomst en de vatbaarheid voor verbeurdverklaring van de betrokken goederen.

De Cour de révision verwierp die betwistingen en bevestigde de verbeurdverklaring.

Daaruit volgt niet dat elke verbeurdverklaring van dit type in overeenstemming is met het Europees Verdrag, noch dat zij het schendt.

Het maakt wel duidelijk waarom de Europese analyse niet noodzakelijk kan ophouden bij de vraag of het Monegaskische recht de maatregel formeel toestond. Afhankelijk van de omstandigheden kunnen afzonderlijke vragen rijzen over de eerlijkheid van de procedure, het onderzoek van de verweerargumenten, de motivering van de rechters en de juridische aard van de verbeurdverklaring zelf.

Bevroren bankrekeningen voor Straatsburg

De vraag is niet theoretisch.

In Stewart t. Monaco en drie andere verzoekschriften, nr. 5221/24, nr. 27765/24, nr. 27966/24 en nr. 29969/24, onderzoekt het Europees Hof procedures over de bevriezing van bankrekeningen in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar beweerd witwassen en aanverwante misdrijven.

De zaken zijn op 7 oktober 2025 aan de Monegaskische regering meegedeeld en doen vragen rijzen onder artikel 6 van het Verdrag.

Er is nog geen uitspraak ten gronde gedaan.

De zaken illustreren niettemin een belangrijk punt: het feit dat artikel 1 van Protocol nr. 1 niet beschikbaar is, onttrekt procedures over bevroren tegoeden niet automatisch aan de toetsing in Straatsburg.

Wanneer de procedure rond de maatregel zelfstandig een vraag doet rijzen onder een ander door het Verdrag gewaarborgd recht, kan die vraag nog steeds onder de bevoegdheid van het Europees Hof vallen.

De vragen die ertoe doen

In een Monegaskische zaak over verbeurdverklaring of bevriezing van tegoeden kunnen de relevante verdragsvragen dus de volgende zijn:

  • Bestond er een daadwerkelijke mogelijkheid om de maatregel aan te vechten?
  • Zijn de voornaamste verweerargumenten daadwerkelijk onderzocht?
  • Was de nationale beslissing voldoende gemotiveerd?
  • Was het verband tussen de tegoeden en het beweerde misdrijf voldoende vastgesteld?
  • Indien de verbeurdverklaring neerkwam op een straf, was de rechtsgrondslag ervan dan voldoende duidelijk en voorzienbaar?
  • Is het vermoeden van onschuld geëerbiedigd?
  • Vormden huiszoekingen of digitale inbeslagnames een inmenging in door artikel 8 beschermde rechten?

Deze vragen verschillen van een klassieke eigendomsklacht op grond van Protocol nr. 1.

Van Monaco naar Straatsburg

Niet elke verbeurdverklaring, inbeslagname of bevriezingsmaatregel hoort thuis voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

Maar de niet-ratificatie van Protocol nr. 1 door Monaco betekent niet dat maatregelen die tegoeden raken automatisch buiten de Europese toetsing vallen.

De beslissende vraag is of uit de feiten en de nationale procedure een zelfstandige schending blijkt van een door het Verdrag gewaarborgd recht dat Monaco zich ertoe heeft verbonden te eerbiedigen.

Na een definitieve beslissing van de Cour de révision of, in voorkomend geval, van het Tribunal Suprême onderzoekt Just Rights Europe dergelijke zaken afzonderlijk vanuit het oogpunt van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

De ervaring van het kantoor ligt in complexe procedures voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, met inbegrip van vragen van ontvankelijkheid, uitputting van de nationale rechtsmiddelen en materieel verdragsrecht.

Meer Monaco-analyses

← Alle Monaco-analyses

Deze analyses vormen algemene informatie over het Verdragsrecht; zij vormen geen juridisch advies en doen geen advocaat-cliëntrelatie ontstaan.

Een vraag over de Verdragsdimensie van een Monegaskisch dossier?

Na de definitieve beslissing van het hoogste nationale rechtscollege kan een dossier rechtstreeks aan ons worden voorgelegd, door de cliënt of door diens advocaat.

Contacteer Ons